Bewogen stedenbouw, Kampen (1989)

Woningbouwvereniging Kampen vroeg een voorstel voor het vervangen van een aantal woonblokken in de wijk Brunnepe.
Herhaling van het naoorlogse stratenpatroon leek niet de oplossing voor de vraag die beter gediend zou zijn met periodieke stedelijke aanpassing. Het voorstel was als volgt.
Bestaande wijk in het naoorlogs stratenpatroon :
bestaande wijk


Maak nu een fictief stedenbouwkundig plan voor de hele wijk alsof deze nu geheel nieuw zou worden ontworpen, dus zonder relatie met het bestaande stratenpatroon. Uitgangspunten daarvoor op dit moment in het voorstel :
  • variaties in populatie, functies, ruimtevormen en bebouwing
  • geleide keuzemogelijkheden voor inbouw en ombouw
  • herkenbaarheid in ruimte en bebouwing.
  • ┤geleid┤ betekent hier : individuele keuze uit goed bij elkaar passende modellen waardoor elke keuze positief werkt in het totaalbeeld (ontwerpmedium, ook voor thuisgevoel en herkenbaarheid van de bewoner en om af te komen van massale eenheidsbouw)

fictief plan



In twee fasen zouden de woonblokken worden vervangen. De te vervangen blokken, in beide fasen, te situeren volgens het tracÚ van het fictieve stedenbouwkundige plan. Eigenschappen van de nieuwe bebouwing :
  • Aandacht voor de populatie
  • Nieuwe draagstructuur voor allerlei functionele invullingen
  • Geleide keuzemogelijkheden voor inbouw en ombouw


te vervangen blokken fase 1


vervangen blokken in fase 2


De laatste stap is het weggooien van het fictieve plan.
Veel later als er weer een aantal blokken moeten worden vervangen kan de procedure worden herhaald met een geheel nieuw fictief totaalplan volgens de dan geldende stedenbouwkundige inzichten. De te vervangen woonblokken worden dan weer in het patroon van het nieuwe, fictieve totaalplan gesitueerd.
Om de stad in leven te houden zou deze procedure steeds kunnen worden herhaald.
X